|
Feitelijk zijn de traumatische ervaringen niet het probleem zelf. De
negatieve conclusies die getrokken worden zijn het feitelijke probleem.
Voorbeelden van deze conclusies die dus voortleven in het onderbewustzijn, en het leven daarna sterk sturend beïnvloeden zijn: “ ik kan niet …” , “ik mag niet ….”, “ik mag er niet zijn”, “mensen zijn niet te vertrouwen”, “ik ben (negatief, slecht, etc)", “ik doe … nooit meer”, “ik deug niet”, “als ik ….. doe/ben dan gaat het fout/krijg ik straf.”
Het is de werking van de geest zelf, het leren van de ervaring, die ons zo tegenwerkt.
De geest heeft de neiging om zwart wit te willen zijn of te zijn. Het is de aard van de geest om zich te identificeren met ervaringen. Alle identificaties zijn dan ook beperkingen, want je hebt ervaringen, maar je bent ze niet. De neiging is er dus om je te identificeren met zo’n conclusie.
Negatieve conclusies kunnen zo sterk zijn dat ze je mogelijkheid tot ervaren van positieve (positief emotioneel geladen) ervaringen op te doen ernstig kunnen bemoeilijken, en zelfs compleet beperken.
Een praktisch voorbeeld: je hebt geen vertrouwen meer in de mensheid omdat dat vertrouwen geschaad is, en je kan geen vertrouwen opbouwen omdat je niemand vertrouwd. Een vicieuze
cirkel.
[1]
[2] [3]
[4] [5] [6]
[7] [8]
[9] [10]
|